Sla over naar de inhoud

Op de brug ván Lombók

Het paleis van de Pausen staat er. De hele stad is ommuurd. Talrijke middeleeuwse straatjes, pleintjes en hofjes wisselen elkaar af. En toch is Avignon vooral bekend vanwege een driekwart ingestorte brug.
De St. Bénezet brug.

Beter bekend als de brug van dat liedje.
Je weet wel:

Sur le pont d’Avignon
L’on y danse, l’on y danse
Sur le pont d’Avignon
L’on y danse tout en rond.

In augustus hebben mijn vriendin en ik op de brug gedanst, terwijl ik op een pas gekocht speeldoosje het bekende melodietje draaide. Vreemd genoeg zag ik niemand anders dansen op die brug. Terwijl er toch weer heel veel mensen waren.
Jaarlijks trekt de brug honderdduizenden toeristen. Ze lopen de brug op tot ze niet meer verder kunnen – de meeste bogen van de brug hebben het onderspit gedolven door de rivier de Rhône – en lopen weer terug. Gekkenhuis.
Op hun terugtocht zien ze het waanzinnige silhouet van de stad Avignon. Van het Pausenpaleis, van de Notre Dame-kerk met de gouden Maria bovenop. Echt onweerstaanbaar zien die bouwwerken eruit, en ik weet zeker dat veel van de brugtoeristen eens verder gaan kijken. En zo wordt een ingestorte brug toch een toeristentrekker voor de hele stad.
Grappig toch, zoals dat gaat.
En leerzaam voor hier. Heel leerzaam.

Het zou toch mooi zijn als meer mensen Lombok zouden zien. Als meer mensen door de leuke straten zouden lopen, van de sfeer zouden genieten, in de winkeltjes en supermarktjes zouden shoppen. Voor de horeca worden het hoogtijdagen, en voor we het beseffen is Kopi Susu zeven dagen in de week open. Alles wat nodig is om dit te bereiken, hebben we al: een brug. Sterker nog, we hebben zelfs meerdere bruggen hier. Hier er eentje van uitkiezen, een liedje maken, en klaar zijn we.

Maar ja, welke brug? Als ik een voorstel mag doen, zou ik voor de Abel Tasmanbrug kiezen. Heus niet omdat ik er zo dichtbij woon, maar meer omdat er aan beide oevers van de brug veel ruimte is, zodat mensen er voor het dansen makkelijk kunnen wachten en er na het dansen even uit kunnen rusten.

Maar dan nog een liedje. In Avignon duurde het eeuwen voordat het wijsje over de brug ingeburgerd was en half Europa er naar toe ging om er niet te dansen. Zo lang wil ik niet wachten. Daarom kunnen we het beste de melodie van ‘Sur le pont d’Avignon’ nemen, en de tekst lichtjes aanpassen voor de wijk. Dan wordt het:

Op de brug ván Lombók.
Tja, klemtoontechnisch gezien is het niet ideaal. Wellicht dat we hierdoor veel kritiek ontlokken. Maar als er heel veel toeristen komen, de horeca rendeert, Kopi Susu langer open is (en de Golff terugkomt), kraait daar niemand meer naar.

Zing (en dans) je mee?

Op de brug ván Lombók
Gaan we dansen, gaan we dansen
Op de brug ván Lombók
Gaan we dansen in het rond

Published in2009