Soms ruikt het hier naar Sevilla. Als ik op ons terras zit, mijn ogen sluit, en mijn neus ophaal, ruik ik het zweet van flamencodanseressen, de walmen van paella met verse vis en de subtiele geuren van allerlei tapas. Of zo.
Maar dan heel anders.
Ik ruik hier gewoon koffie. Maar wel mijn favoriete koffie: Senseo Sevilla. Vers gebrand door de Douwe Egberts-fabriek. Vele aroma’s komen maandelijks voorbij. Van dark roast espresso tot aroma rood. Van een subtiele Senseo-melange tot sterk gebrande bonen.
Soms ruikt het hier naar een kantoor in alle vroegte. Als ik op het terras zit, mijn ogen sluit, en mijn neus ophaal, ruik ik zwaar ge-deo-de mannen die voor dag en dauw naar kantoor gaan om daar iets volstrekts onbenulligs te doen en zich wakker houden met een heel sterk kopje koffie. Van de sterk gebrande bonen dus.
In de eerste maanden hier vond ik die koffiegeur maar niets. Als de wind weer verkeerd stond, baalde ik. Wat rook het hier weer zwaar. Overheersend. Irritant. Alsof je in een grote ruimte zit met enkele kwetterende en koffieleutende tantes. Had ik buiten eenmaal de koffie geroken, dan leek alles ernaar te ruiken. Het flesje bier. De aftershave. De tandpasta. De spruitjes.
Niet veel later vond ik mezelf toch wat overdrijven. Maar ik vond het tegelijkertijd wel mooi overdrijven. Die koffiegeur prikkelde me blijkbaar wel. En ik begon meteen de geur meer te waarderen.
O ja, het blijft soms wennen als het ’s morgensvroeg buiten sterk naar koffie ruikt. Maar ik krijg er veel voor terug.
Veel fantasie.
