Sla over naar de inhoud

Doe Maar hier?

De band Doe Maar associeer ik met handenarbeid. En dan vooral met de handenarbeidklas van het najaar van 1982. Het was de tijd dat Doe Maar steeds populairder werd bij de meisjes. En dus ook de meisjes van de handenarbeidklas.

Met zijn allen zongen ze tijdens de les ‘Eén nacht alleen’. En ze zongen dus ook al die vele meisjesnamen. Dat maakte indruk. Zo veel indruk dat ik fan werd van die muziek. En dat ben ik nog steeds. Zelfs in Lombok.

Hoezo zelfs? Omdat de muziek hier eigenlijk niet past. Neem nou dat ‘Eén nacht alleen’, en al die Nederlandse meisjesnamen die worden genoemd. Elsje, Truusje, Griet, Marije en Marleen; zulke namen hoor je hier niet. Wel Fatima, Ekin, Irmak, Nadia en Karima. Maar die ontbreken in dat nummer. En wat moeten we hier nou met een nummer als ‘De bom’. Die wil je hier echt niet laten vallen. Dat zou toch zonde zijn. ‘Is dat alles?’ vraag ik me hier nooit af. En de tekst van ‘Pa’ slaat hier ook nergens op. Waarom in hemelsnaam zou mijn vader nog mopperen over mijn dichtgeknoopte jas, gewassen handen en gekamde haren? Nu ik hier terecht ben gekomen, valt er niets meer te klagen. Ook ‘Belle Helene’ past hier niet. Zelfs niet als mijn schoonzus Helene hier is. Ze is best ‘belle’, maar al ruim twee keer minstens 17. En de rest van dat lied slaat ook niet op haar.

Als er al een titel van Doe Maar klopt, is het ‘Je loopt je lul achterna’. Maar ja, dat doet een man automatisch. Het nummer zelf slaat weer nergens op. Maar toch heb ik dat regelmatig in Lombok gezongen. En dan vooral het laatste gedeelte: ‘Niet te geloven, het is over. Owee owee. Niet te geloven het is over. Owee owee’. Enzovoort. Vooral dat ‘Owee owee’ heb ik vaak in de straten van mijn wijk laten klinken. Dat blijft immers lekker hangen.

Dit jaar heb ik twee periodes gehad waarin ik dat ‘Owee owee’ vaak zong. Eerst nadat ik Doe Maar live had gezien in Tivoli. In januari, als try-out voor hun allerlaatste tournee. Het achternaloopnummer was het laatste lied van hun optreden. Waardoor ik al oweeënd op de fiets stapte, naar Lombok fietste, de Abel Tasmanbrug overstak en de schuur inging. En ook de dagen, nee weken, daarna oweede ik hier vrolijker verder.

En afgelopen week pakte ik dat weer braaf op. Nadat ik tijdens het Nederlands Filmfestival de geweldige documentaire ‘Doe Maar. Dit is alles’ had gezien, was ik weer ondersteboven van deze groep, en bleef ik weer oweeën. En dat doe ik nog steeds.

Omdat mijn zoontje in de kopieerfase zit, kan het niet anders dat hij binnenkort ook aan het oweeën is. Maar of hij net zo’n liefhebber wordt van die groep, valt te betwijfelen. Hij zal vast de cd’s van Doe Maar wel eens luisteren, al is het maar van Spotify. Maar hij zal nooit de meisjes van de handenarbeid meemaken. Daardoor blijft bij hem alleen hangen wat er niet klopt aan die teksten. De namen van ‘Eén nacht alleen’ zeggen hem niets. Van de bom kent hij alleen het verkleinwoord, als hij vanaf de Muntbrug het water inplonst. Als geboren en getogen Lombokker snapt hij niets van ‘Is dit alles?’. En een ‘Pa’ die moppert, zegt hem hier ook niets. Alleen ‘Belle Helene’ vindt hij misschien leuk. Want telkens als zijn tante hier is, vindt hij haar echt mooi. En dat minstens zeventien? Ach, door deze wijk zie je er al snel jonger uit. Dat weet ieder jongetje dat in Lombok geboren is.

 

Published in2013