Archief van
Categorie: columns

Meeslepende autobiografie van The Boss

Meeslepende autobiografie van The Boss

born-to-runDe afgelopen weken heb ik ontdekt dat veel nummers van Bruce Springsteen toch niet zo goed zijn als ik dacht. Deze weken ben ik echter wel een grotere fan geworden van ‘the boss’. In beide gevallen komt dat door zijn autobiografie ‘Born to Run’.

Beste autobiografie ooit
Tijdens het lezen heb ik vaak zijn cd’s gedraaid, vooral albums en nummers die uitgebreid beschreef. Aardig wat van deze nummers vond ik tegenvallen, vooral van zijn latere cd’s als ‘The Rising’ en ‘Working on a Dream’. Maar de man zelf absoluut niet. Zijn boek is één van de meeslependste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen. En het is zeker de beste autobiografie die ik ooit gelezen heb. Al heb ik er daar – eerlijk gezegd – niet zoveel van gelezen. En ik denk dat ik er ook niet zo veel meer zal lezen. Die kunnen waarschijnlijk toch niet tippen aan ‘Born to Run’.

Boeiende verteller
In dit boek laat hij zien dat hij meer kan dan liedjes schrijven. Hij is een boeiende verteller, die met veel variatie schrijft, en niet schuwt om de lezer af en toe direct aan te spreken. Bovendien weet hij hoe hij de aandacht blijft trekken: met korte hoofdstukken die vaak afsluiten met een krachtige cliffhanger.

Vergevend, maar niet sympathiek
In zijn boek toont hij zich een wijs man, die vredelievend en vergevend is, maar ook een die koppig is, eigenwijs en vaak niet sympathiek. Liefdevol vertelt hij over zijn ouders, die zijn jeugd hebben verpest. Vooral zijn alcoholische vader. Maar ook zijn moeder – die haar echtgenoot bleef steunen en volgen – begreep Bruce niet altijd. Terugkijkend op hen wil hij niet vergeten, maar kan hij wel vergeven. Hij laat duidelijk merken van hen te houden.

Meer dan muziekgeschiedenis
Boeiend schrijft hij over zijn opkomst als muzikant, en over zijn voorbeelden. Hoe hij de allereerste keer Elvis Presley op tv zag, en toen besloot om ook op te treden. Hoe hij beïnvloed werd door The Beatles en Bob Dylan. Hoe hij trots was toen hij een paar jaar geleden met The Rolling Stones mocht optreden. Wat dat betreft is zijn autobiografie ook een geschiedenis van de popmuziek. Maar het is veel meer. Het is ook een geschiedenis van een halve eeuw Amerika. Hij was in Los Angeles toen Rodney King door politieagenten werd vermoord. En toen daar later een grote aardbeving was. Hij was in de buurt van New York toen vliegtuigen de WTC-torens doorboorde. Hij schrijft erover, meelevend maar zonder te veel opsmuk.

Echt de baas
Maar dat wil niet zeggen dat Bruce er sympathiek vanaf komt in dit boek. Vaak niet. Hij laat zien dat hij streng is, eigengereid. Hij is niet voor niets ‘the boss’. Hij duldt wel andere meningen, maar het moet gaan zoals hij het wil. Hij schrijft, hij zingt, en de E-Street Band speelt. Iets te zeggen over de nummers hebben ze niet. De rolverdeling is duidelijk. Toen hij een plek kreeg in de Hall of Fame wilde hij niet dat de E-Street Band ook werd genoemd. Want alles draait om hen. Aan democratie doet Bruce niet. Dat dat niet werkt bij hem, weet hij zeker.

Onzekere man
Het blijkt een van de enige zekerheden in zijn bestaan. Mede door zijn opvoeding is hij een onzekere man. Een man die zich aanvankelijk niet durfde te binden. Een man die overal aan twijfelt. Een man die het vaak ook niet meer weet. En een man die al decennia de psycholoog bezoekt. Ondanks deze psycholoog heeft hij een paar keer een zware depressie. Hij komt hier uit door medicatie, maar vooral door concerten te geven. Want alleen op het podium voelt hij zich echt op zijn gemak.

Het gaat over mij!
Deze openheid maakt het een bijzonder boek. Ik leefde helemaal mee met hem. Ik vond het ook inspirerend: ondanks zijn onzekerheden ging hij vol voor zijn missie: beroemd worden. Soms voelde ik me bovendien direct aangesproken, en ik denk dat veel lezers er iets uit halen wat op hem of haar slaat. Zo kon ik me zijn wisselende buien goed voorstellen. Die heb ik ook, zonder de depressieve buien. En ook ik houd van mijn ouders, ondanks hun tekortkomingen (die zeker niet zo erg zijn als Bruce’s ouders). Maar waardoor ik me helemaal met hem verbonden voelde, was dat hij op latere leeftijd vader werd. Hij was bijna 40. Eerder was hij er niet aan toe. Hij vond zich niet stabiel genoeg. Toen ik dat las dacht ik helemaal: dit boek gaat over mij. Lees het ook, want het gaat vast ook over jou.

Fan van Mik en Florian

Fan van Mik en Florian

Eigenlijk zou de titel van dit artikeltje ‘Fan van Marjet Huiberts’ moeten zijn. Maar dan zou je misschien denken: wie is Marjet Huiberts nou weer? Hoewel haar naam weinig bellen doet rinkelen, heeft ze een bekend oeuvre geschreven. Zoals ‘We hebben er een geitje bij’, met hoofdpersoon Mik. En zoals de boeken over Ridder Florian de Bange. Stuk voor stuk prachtige boeken, die me een fan maken van de schrijver.

Nou ja, ik moet eerlijk zeggen dat ik geen fan ben van al het werk van Marjet Huiberts. Zelf ben ik minder enthousiast over haar Aadje Piraatje-serie, met die piraten-met-vergezochte-namen en de liedjes-die-maar-niet-lekker-bekken. Wat dat betreft heb ik toch de goede titel bedacht. Ik ben vooral een fan van Marjet als bedenker van Mik en ridder Florian. De avonturen van Mik zijn zeer geschikt voor dreumesen, die van Florian voor peuters.

Illustratie: Iris Deppe
Illustratie: Iris Deppe

Mik, die jongen van dat geitje
Laat ik maar met Mik beginnen. Hij is doorgebroken door het boek ‘We hebben er een geitje bij!’ uit 2014 (en dat 2 jaar later werd uitgeroepen tot prentenboek van het jaar). In dit boek ontmoet Mik allerlei boerderijdieren die verrukt zeggen dat ze er een geitje bij hebben.

Alleen het ‘konijn zegt weinig, hoor.
Maar hij straalt van oor tot oor.’

Zo maar twee van de lekkere dichtregels uit het boek. Het hele boek leest als een tierelier. De rijmpjes klinken heel natuurlijk. En de constante herhaling doet het erg goed. Natuurlijk zijn ook de tekeningen van Iris Deppe erg fijn. En dat zij op bijna elke pagina een slak heeft verstopt, maakt het voor onze kinderen nog leuker. Maar zonder de tekst, zou het boek een stuk minder fijn zijn.

Dat geldt ook voor de vervolgavonturen van Mik. In 2015 speelt hij de hoofdrol in het boek ‘Dag meneer, hebt u een hond?’, een jaar later in ‘Beestje kom je op mijn feestje?’. Beide boeken lezen weer als een trein. En in beide boeken praten de dieren. In ‘Dag meneer, hebt u een hond?’ praten de dieren van een dierenwinkel. Mik wil een hond, maar die heeft de man van de dierenwinkel niet. De dieren die er wel zijn willen dat Mik hen kiest.

‘Kies mij!’, roept de vis. ‘Mijn huid is van goud!’
Maar Mik vindt die vis te nat en te koud.

Alleen de papegaai roept wat anders, wat ook wel erg grappig is. Nog grappiger is waarmee Mik uiteindelijk mee naar huis loopt. Aan een hondenriempje, dat wel.

Ook Miks laatste avontuur zit vol met humor. In ‘Beestje, kom je op mijn feestje?’ is Mik jarig. Hij nodigt alle dieren uit die hij ziet. Dit keer praten ze niet alleen, maar ze zingen ook. Een verjaardagsliedje natuurlijk. Zoals de egel die uit het struikgewas kruipt.

‘Twee violen!’, bromt-ie luid,
‘Plus een trommel en een fluit!’

De laatste bezoeker van Miks feestje is minder welkom. Hij moet gaan, zonder taart en priklimonade. Hoewel de zinnen weer lekker rijmen en de zoekslak er weer is, vind ik dit laatste avontuur de minste van de drie. Misschien omdat de herhaling ontbreekt. Of omdat het idee van zingende diertjes ineens wordt losgelaten. Maar het blijft een gaaf kinderboek hoor. En het maakt benieuwd naar het volgende verhaal van Mik. Met al die pratende dieren zie ik hem graag een dierentuin bezoeken.

Illustratie: Philip Hopman
Illustratie: Philip Hopman

Ridder Florian de Bange
Voor iets oudere kinderen heeft Marja Huiberts een andere held verzonnen. Nou ja, held. De kleine ridder waarover ze schrijft, wordt elk verhaaltje weer aangekondigd met Ridder Florian de Bange. Want bang is hij, van alle mensen die hij ontmoet. Bang van de veel te nette graaf Gert van Groeneveld, van de reus, van het spookje, van de dure heer, van de dwerg, van Hertog Han van Spangen en van de stoere ridder Jan van Ballegooijen. Om maar een paar van zijn ontmoetingen te noemen.

Al deze personen blijken anders te zijn dan ze voordoen. Of ze zijn liever dan gedacht. Of banger. Of juist dommer. Ze veranderen door Florian, die eigenlijk vooral zichzelf blijft.

Zo wordt graaf Gert het netjes zijn beu:

Gert schrikt op van het gerinkel
In z’n ogen komt een twinkel
‘Eindelijk’, zegt hij. ‘Lawaai!
Vind jij het eten ook zo saai?’

En de reus blijkt een stuk minder eng.

Help! De reus kijkt door de ruiten
En hij stormt meteen naar buiten.
‘Hé, wat leuk!’, brult hij. ‘Bezoek!
Ik bak net een pannenkoek.’

Je leest het, ook de verhalen van Florian rijmen erg prettig. Ook hierdoor is het zalig om deze boeken voor te lezen. De avonturen spreken bovendien mijn kinderen erg aan. Het is natuurlijk ook leuk, zo’n reus die een gezelligerd blijkt. Of het spookje dat schrikt van een mens(je). Of de dure heer die zelf opgelicht wordt. En dan die grappige illustraties van Philip Hopman, die de tekst zeer overtuigend verbeelden.

Het allerleukste avontuur van Florian is Toernooi, waarin Florian het met zijn kleine babypony Sjonnie moet opnemen tegen ridder Jan van Ballegooijen. Omdat Sjonnie onder het paard van Jan schuilt, kan de stoere ridder er niet bij. Als Florian aan zijn schoen trekt, valt Jan zomaar van zijn paard af. Florian vindt het nu wel leuk, en vraagt of Jan nog een potje wil. Dan komen de allerfijnste regels die Marjet Huiberts heeft geschreven:

“Nee!” Jan wil mama’s kusjes
En naar huis toe en dan knusjes
Op de bank met chocomel
Want hij vindt dit geen leuk spel

‘Toernooi’ staat in de eerste Ridder Florian-bundel ‘Ridder Florian’. De andere geciteerde regels komen uit de bundel ‘Ridder Florian maakt vrienden’. De derde bundel heet ‘Ridder Florian in galop’. Ook zeer de moeite waard is het boek ‘Ridders, op uw plaatsen, start!’, met een selectie van verhalen uit de andere bundels. Dat boek is een mooie kennismaking met de bange ridder. Grote kans dat je daarna de andere bundels alsnog gaat aanschaffen. Dat je dan sommige verhalen dubbel hebt, is geen probleem. De teksten van Marjet Huiberts zijn zo goed dat het een feest is om ze vaker te lezen.

Met Puk in Kopi (opa vertelt)

Met Puk in Kopi (opa vertelt)

Met puk in Kopi_Joost Mangnus_bewerkt-2Nog nooit ben ik zo vaak voor opa uitgemaakt als vorig jaar. Op zich zegt dit niet zo veel. Vóór 2014 werd ik nog nooit voor een opa aangezien, dus dan is één keer al vaker. Maar vorig jaar was het maar liefst twee keer. En dat vind ik toch wel een beetje apart. Loop ik een beetje een trotse, jonge vader te wezen, word ik ineens gezien als een grootvader. Ik weet het, ik ben niet de jongste pappa ooit. Maar zo oud zie ik er toch ook weer niet uit. Ik bedoel, zie je bij mij een grijze haar? Echt niet. Rimpels? Nee hoor, mijn huid is lekker strak getrokken. Behalve dan onder mijn ogen. Daar zie je wel wat rimpels. Ofwel wallen. Van de onderbroken nachten. Maar ach, die heb ik er graag voor over, als blije vader van de twee Lombokkertjes.
En nee, dus niet als blije opa.

Ach, het zal wel zelfreflectie zijn van de twee dames die het afgelopen jaar dachten dat ik een opa was. Ze voelden zich zelf oud. Of waren oud en hadden zo graag mijn leeftijd gehad. Of zo. Ik weet niet wat hen bezielde. Eerst die mevrouw bij de speeltuin op het Bankaplein. Een oma met haar kleinkind. Ja, ze was echt een oma, en niet een mamma die ik voor een oma aanzag. Dat merkte ik aan de krullen en de rimpels die niet door slechte nachten kwamen. En aan haar gespreksstof: ze had het over haar kleindochter, op wie ze elke vrijdag paste. En toen kwam haar vraag: of ik ook elke vrijdag op mijn kleinkinderen paste.
Pardon?
Nadat ik haar gezegd had dat ik de vader was, moest ze flink blozen. Ze zag natuurlijk onmiddellijk dat ze een ontzettende grote blunder had gemaakt.
Een paar maanden later werd bij Gezondheidscentrum Lombok een vrouw heel rood nadat ze me zomaar opa had genoemd. Ik was met het oudste Lombokkertje aan het wachten, toen zij me pardoes wilde complimenteren. Dat ik zo’n leuke kleinzoon had.
Wat?
Ook zij zag dat ze fout was, mompelde sorry, en verliet het Gezondheidscentrum meteen, zonder ook maar een assistent te hebben gesproken. Ik riep nog na dat het zo erg niet was.
Tevergeefs. Maar goed, het was ook niet helemaal eerlijk dat ik dat zei.
Ik vond het wel erg.
Ben ik net pappa, word ik al gezien als iemand van de volgende generatie. Kom nou zeg, mag ik nog even genieten van deze fase. Van mijn opadagen geniet ik wel over een jaar of 30.
Of als Puk er weer is.

Begin december was Puk er ineens. En hij bleef meteen slapen.
Of zij.
Ik weet eigenlijk niet of Puk een jongetje of meisje is. Zijn (of haar) uiterlijk geeft geen uitsluitsel. De kleren ook niet. En ook niet de pyjama. Maar wat maakt het uit. Zo lang het oudste Lombokkertje maar blij is met deze pop. En dat was hij, die hele week dat Puk bij ons was. Vanaf de woensdag dat het Peuterpark de pop had meegegeven tot de dinsdag dat de pop weer terug ging, waren de twee onafscheidelijk. Puk ging overal mee naartoe. Naar de slaapkamer. Naar de eettafel. Naar Sinterklaas die op bezoek was bij de kinderopvang. Naar de eendjes. Naar de supermarkt. En dus ook naar Kopi Susu.

En daar zaten we dan met zijn viertjes. Ik aan de cappuccino, de twee Lombokkertjes aan een sapje en Puk aan een glaasje water. Dat het oudste Lombokkertje netjes voor hem had neergezet. Waarna hij Puk vroeg of het lekker was. Op een toontje waarmee hij Puk de hele tijd al had aangesproken. Een toontje dat je wel eens hoort bij ouders die hun kind aanspreken.
Iets te nadrukkelijk. Iets te zorgelijk.
Alsof hij Puk wat aan het leren was.
Alsof Puk zijn kindje was.
En ik dus de opa van het stel.
Toen ik me dat realiseerde, ging ik meteen een beetje rechtop zitten. En voelde ik me extra verantwoordelijk. En wijzer. Zoals opa’s schijnen te zijn.
Ik stelde me meteen voor hoe het over 30 jaar zou zijn. Ik zag het al voor me, samen met het oudste Lombokkertje een koffietje drinken bij Kopi Susu, terwijl hij zijn pasgeboren kindje in zijn armen heeft. Tien dagen oud is het pas, net zo oud als het oudste Lombokkertje toen hij voor de eerste keer in zijn favoriete café was.
De dagdroom werd abrupt onderbroken toen het oudste Lombokkertje liet zien nog lang geen vader te zijn. Onhandig had hij zijn sapje omgestoten. Nog net kon ik Puk van de appelsapverdrinking redden. Een beetje zuchtend maar ook nog nagenietend van de dagdroom depte ik de sap van de tafel. De korte droom over het opaschap had iets bij me aangewakkerd. Ineens vond ik het wel iets hebben om opa te zijn. En vond ik het minder erg dat de twee dames me voor een grootvader hadden aangezien. Eigenlijk is daar niets mis mee. Sterker nog, ze maakten een compliment.
Ze zagen in me een verantwoordelijke, wijze man.
En wie wil dat nou niet zijn.
Dus daarom wil ik best wel een opa zijn.
Al is het maar voor een weekje.
Ik zal het Peuterpark eens vragen wanneer Puk weer komt.

—-

‘Met Puk in Kopi’ staat in het boek ‘Fan van Lombok’, waarin de columns uit 2014 zijn verzameld. Wil je het boek bestellen?

Ssst! We hebben een voorlezer

Ssst! We hebben een voorlezer

ssst-we-hebben-een-planSorry hoor, moeders van Lombok. Deze column is iets tussen vaders onderling. Vaders van Lombokkertjes. Vaders die met hun kroost in de Kanaalstraat lopen. Naar de houtzaagmolen gaan. Naar de speeltuin op het Bankaplein. En helaas niet voorlezen.

Nou ja, ik wil niet veralgemeniseren. Er zullen beste Lombokse vaders zijn die wel voorlezen. Ik schat zo in dat meer dan 8% van hen wel eens iets voorleest. Deze 8% is het gemiddelde voor Nederland, zo blijkt uit onderzoek. Slechts 8% van de vaders leest voor. De vaders van Lombok een beetje inschattende, zal dat percentage wel hoger liggen. Het dubbele. Op zijn minst.
Al vind ik dat nog wel weinig. En dan snap ik het nog niet. Want wat is er nou leuker dan voorlezen? Dat is voor mij een van de hoogtepunten van de dag. Vlak voor het slapen gaan twee boekjes voorlezen aan onze oudste Lombokkertje. Of het jongste Lombokkertje door twee boekjes laten bladeren en toeteren. Heerlijk.

Nou vooruit, ik weet wel iets leukers: voorlezen aan een hele groep peuters en dreumesen van Partou, de kinderopvang waar de Lombokkertjes naartoe gaan.
Het was op de maandag van de Kinderboekenweek. Voor me zaten de peuters en dreumesen van die dag. Ze luisteren aandachtig. Heel stilletjes als het moest. Sterker nog, ze hingen aan mijn lippen. Al kwam dat niet door mij. Maar eerder door het boek dat ik aan het voorlezen was: ‘Ssst! We hebben een plan’ van Chris Haughton.

De schrijver is vooral bekend van ‘Mama kwijt’, dat in 2012 uitgeroepen werd tot Prentenboek van het Jaar. In ‘Mama kwijt’, valt een uiltje uit zijn nest, waarna een eekhoorn hem helpt zijn moeder te zoeken. Ook in ‘Ssst! We hebben een plan’ komen een vogel en een eekhoorn voor. Maar de hoofdpersonages zijn vier jagers. Nou ja, drie jagers en een jongetje, dat net iets te enthousiast en luidruchtig de vogels begroet. Terwijl de jagers net dat vogeltje willen vangen. Al lukt dat steeds weer niet. Het leuke is dat iedere nieuwe poging hetzelfde begint. Het jongetje roept ‘Dag vogeltje’, één van de jagers zegt ‘Sst!’, en vervolgens tellen ze tot drie voordat ze het vogeltje gaan bespringen. 1-2-3. En dan vliegt het vogeltje weg. Te laat! Tot drie keer toe. Tot groot plezier van alle peuters en dreumesen, die automatisch gingen meetellen en helemaal blij werden toen de jagers weer over elkaar duikelden. Om vervolgens weer met het enthousiaste jongetje mee te leven, dat zo aardig die vogels groette.

Dat meeleven, dat meegillen, dat meebewegen, dat maakt dit kinderboek heel bijzonder. Bovendien zijn de tekeningen heel mooi. Wel wat minder kleurrijk dan in ‘Mama Kwijt’. Al is de grande finale wel heel fleurig en fraai. Maar wat het boek extra gaaf maakt, is dat er veel humor in zit. Voor jong en oud. Dat maakt het voorlezen helemaal leuk. En niet alleen voor mij. Ik denk dat iedere vader die dit boek voorleest dit automatisch met veel plezier doet. En daarna vast andere boeken wil proberen.
Dus hup, vaders van Lombok, kom uit die luie stoel. Koop het boek ‘Ssst! We hebben een plan’ en begin met voorlezen. Oké, daar gaat-ie, 1-2-3 (en nu maar hopen dat dit wel goed gaat).

De Tour begon in Lombok

De Tour begon in Lombok

De Tour begon in Lombok_Joost Mangnus_lijnEen maand geleden fietste ik met een vriend het parkoers van de 1e etappe van de Tour de France van 2015. Voor diegenen die het afgelopen jaar in een kelder hebben geleefd – of wielrennen zo afschuwelijk vinden dat er niets van deze sport bij hen binnendringt: dat wil dus zeggen dat we een rondje Utrecht hebben gedaan. Het was een mooi rondje langs veel hoogtepunten van de stad. Omdat er zoveel hoogtepunten waren, lukte het de organisatie niet om het parkoers korter dan 9 km te laten zijn. Hierdoor mocht deze etappe geen proloog heten. Maar ach, nu kunnen de wielrenners 13,7 km genieten van deze stad. Alleen de mooiste wijk zien ze niet. Lombok dus. Voor de renners op 4 juli volgend jaar een groot gemis. Maar zeker nu ook voor ons. We hadden mijn wijk echt moeten aandoen. Want in Lombok begon de Tour pas echt.

Nee, niet zomaar in Lombok. Maar op een specifiek adres. Ik weet precies waar, niet ver van ons huis. Bewust noem ik de straat en het huisnummer niet. Want wellicht zit diegene die daar woont helemaal niet te wachten op het wereldkundig maken van zijn adres. Straks liggen daar ineens allemaal jonge meiden voor de deur. Is hele straat verstopt. Kan hij niet eens meer zijn dochtertje naar de kinderopvang brengen. Enkel en alleen omdat hij ineens wereldberoemd is geworden. Vanwege zijn Oscar. Of – wie weet – het succes van zijn eerste lange speelfilm dat zelfs de Pixar Studio’s jaloers maakt.
Zijn naam kan ik al wel geven. Job. Daar doet hij zelf ook niet moeilijk over. Hij heeft zijn animatiestudio naar zichzelf genoemd. En eerlijk is eerlijk, ook naar Joris en Marieke. Samen vormen ze Job, Joris en Marieke. Of die ander twee in Lombok wonen, weet ik niet. Maar dat doet er ook niet toe. Als je als eerste wordt genoemd, zul je wel het belangrijkste zijn. En in De Wereld Draait Door voerde hij onlangs het woord. En stel dat ze alledrie even belangrijk zijn, dan nog vindt een belangrijk deel van het creatieve proces bij hem thuis plaats. In Lombok dus. Dan nog heeft hij hier in onze wijk wakker gelegen omdat hij een geweldig idee in zijn hoofd had.
Of omdat zijn dochter niet kon slapen. Dat kan ook.

Via haar ken ik hem een beetje. Al had ik hem veel eerder dan haar ontmoet. Om het niet nog geheimzinniger te maken: samen met zijn vrouw volgde hij de zwangerschapscursus die ik met mijn vrouw volgde. Het was net in die maanden dat Job veel succes had met zijn videoclip bij het nummer ‘Ik neem je mee’ van Gers Pardoel. Je kent die heerlijke clip vast wel, met dat leuke stel, hun scooter en de wereldreis. En hun liefde voor altijd.

Vooral door deze clip werd het nummer van Pardoel een grote hit. En brak Job samen met zijn collega’s door. Ondertussen heeft hij al meerdere clips gemaakt. En onlangs heeft hij weer een geweldig filmpje gemaakt: ‘Bon Voyage’. Speciaal gemaakt omdat de Tour volgend jaar in Utrecht start. In dit romantisch filmpje komt zijn liefde voor de Tour en vooral voor Utrecht goed naar voren. De renners in het fimpje rijden niet voor niets een hart. Ook in deze clip zit weer heel veel humor. Door alle grapjes, grappen en subtiliteitjes zit je constant te glimlachen. Toen ik deze beelden zag, kreeg ik nog meer zin in de Tour in Utrecht. Vond ik zo’n koers hier nog een beter idee. En begon voor mij de Tour pas echt te leven.

Het enige jammere van de video is de muziek erbij. Fijn hoor dat de zanger Blaudzun een groot wielerfan is. Maar dan hoeft hij niet per se te zingen als er iets met wielrennen te doen is. Want als Blaudzun zingt, wordt het automatisch een donker lied. En absoluut niet meeslepend. Dankzij diens sombere verschijning en dito stem. Dan had Job dat beter zelf kunnen doen.

Want ja, dat kan hij ook. Job schrijft namelijk heel goede muziek. Voornamelijk voor zijn band Happy Camper, een samenwerkingsverband met bekende zangers en iets minder bekende muzikanten. Zijn liedjes zijn vrolijk en melodieus. En blijven lang hangen.
Voor zijn filmpje over de Tour had hij vast ook heel pakkende muziek geschreven. Dat had de beelden nog meer versterkt. Zoals dat ook gebeurd is bij ‘A Single Life’. Deze animatiefilm met beeld en muziek van Job staat op de shortlist voor de Oscarnominaties.

Maar goed, de Utrechtse organisatie van de Tourstart heeft voor de muziek van Blaudzun gekozen. Nou ja, dan zet ik het geluid wel uit als ik weer eens naar ‘Bon Voyage’ kijk. En zet ik de muziek van Happy Camper aan. Door de unieke combinatie van beelden en geluid dagdroom ik lekker weg. Ik zie de Tourrenners het hart van Utrecht rijden. Na een rondje of tien – eh … hartje of tien – wijken ze in bakfietsen ineens van hun route af. Op weg naar Lombok. Op weg naar het huis van Job. In zijn straat stappen alle renners af. Vincenzo Nibali – de winnaar van de Tour van 2014 – glipt één van de huizen binnen. Stiekem, zodat het exacte adres onbekend blijft. Als Nibali in de gang zijn favoriete animatiefilmer ziet, moet hij even blozen. Eenmaal weer bekomen geeft Nibali aan Job de gele trui. Omdat hij met zijn filmpje het hart van veel wielerfans heeft gewonnen. Omdat hij zorgde voor een prachtige proloog van alles wat komen gaat.

Het groenste gras

Het groenste gras

Groenste gras_Joost MangnusDe eerste maanden die ik in Lombok woonde, dacht ik dat Oog in Al het Villapark van de wijk was. Voor de niet-Eindhovenaren onder ons: het Villapark is een rijke buurt in de Eindhovense wijk Tongelre. Een wijk die veel achterstandsgebieden kent. Maar dus ook de luxe buurt Villapark. In deze buurt staan alleen maar villa’s. Maar dat had je waarschijnlijk al gedacht. Vroeger woonden daar de Philips-directeuren. In Oog in Al hebben waarschijnlijk weinig Philips-directeuren gewoond. En je ziet er niet alleen maar villa’s. Maar het ziet er wel luxe en rijk uit. En het contrast met Lombok is groot.

Al is er een groot verschil met Eindhoven. Lombok is geen achterstandsgebied. Als er al een achterstandsgebied is, dan is dat het Utrecht ten Oosten, Zuiden, Westen en Noorden van Lombok. Alles is immers minder, vergeleken met onze wijk. Ja, ook Oog in Al. Al zou dat best bij Lombok mogen horen. Zo’n chique buurt zou de diversiteit van Lombok nog meer benadrukken.

Ik kom er graag, in Oog in Al. Je kunt nergens beter je poes kwijtraken dan daar. Maar ik doe er veel meer. Ik wandel graag in het park, ik loop graag in de brede straten. Met die mooie, grote huizen. En sinds kort geniet ik van de voorzieningen van de Cereolfabriek. Die bibliotheek. Dat culturele centrum Het Wilde Westen. Dat restaurant Buurten. Met dat grote terras.
Al lijken niet alle Lombokkers even blij met die ex-sojafabriek. De laatste maanden proefde ik in onze wijk wat afgunst toen de bibliotheek van de Kanaalstraat naar de Cereol verhuisde. En nu het Wilde Westen weg is, hebben we in Lombok ook geen cultureel centrum meer. En dan dat terras. Zo groot. Terwijl de cafés in Lombok zelfs niet met een klein terrasje mochten beginnen.
Met zulke negatieve geluiden heb ik weinig. Het is maar gemopper om het gemopper. Het doet me denken aan het gras dat bij de buren altijd groener is. Kom op, Lombokkers, doe niet zo negatief. Al met al kan het niet mooier zijn dan hier. We hebben echt het groenste gras. En bovendien, gun Oog in Al ook eens iets leuks.

Want het valt niet mee hoor, om daar te wonen. Heb je veel geld, kun je er in de buurt weinig mee doen. Geen gokhal zoals in de Damstraat. Geen gezellige winkeltjes als in de Kanaalstraat. En als je daar op straat loopt, wordt het al gauw saai. Kom je vooral afspiegelingen van je zelf tegen. Maar geen mensen van andere culturen. Ja soms wel van andere leeftijden. Zoals de kinderen van de Dominicusschool. Oh, het is vast een fijne school. Maar de wereld ontdek je er niet. En neem nou dat park in de wijk. Kei fijn. Maar na een paar bezoekjes kun je de eendjes en hertjes wel dromen. En word je van die suggestieve beelden al helemaal niet meer opgewonden.

En als Oog in Aller wil je ook wel eens wat anders. Er even tussen uit. Maar ja, je hebt er geen cafeetje als Kopi Susu. Geen eettentje als Café Lombok. Laat staan Marokkaanse, Surinaamse en Turkse eethuisjes. Ja, je hebt daar Rosa’s Kitchen. En sinds kort Buurten. Ook best leuk. Maar de Oog in Allers willen wel eens iets anders. Iets gezelligers. En ja, leuk hoor, zo’n groot terras bij Buurten. Maar zul je net zien dat het volgend jaar een snertzomer wordt.
Zit je daar met een groot, leeg terras. Terwijl je in de cafeetjes van Lombok gezellig binnen kunt zitten.

Maar begrijp me goed. Als het volgend jaar wel lekker weer is, zal ik daar graag zitten op het terras. Samen met andere Lombokkers, die er ook wel eens tussen uit willen. Zonder hun wijk uit het oog te verliezen. Na de buitenlunch gaan we lekker een boekje lenen in de bieb. Geven we toe dat het toch wel mooi is geworden. Om vervolgens wat cultureels te gaan doen in het Wilde Westen.

En wie weet, doen we zo’n rondleiding door de buurt. Vergapen we ons aan de mooie huizen. Horen we meer over de mooie geschiedenis van de wijk. En kunnen we ons steeds beter voorstellen dat die Oog in Allers graag naar Lombok willen. Voor de afwisseling. De cultuur. Een ander lezen. En meer vertier. Ik zou hen best begrijpen als ze puur voor het gevoel bij een groot Lombok willen horen. Nou welkom hoor. Ik zie zo’n wijk wel zitten. Lombok als de Utrechtse variant van Tongelre. Maar dan veel beter, plezieriger, leuker, specialer etcetera etcetera. En dus zonder de Philips-directeuren in deze variant van het Villapark. Stel je eens voor, een groot Lombok. Met aan de ene kant de Kanaalstraat en aan de andere kant het park en de Cereolfabriek. Hebben we toch maar weer een bieb, een cultureel centrum en een buitenterras in onze wijk. En blijkt het groenste gras toch nog groener te kunnen worden.

Happy

Happy

Happy_Joost MangnusHet schijnt dat Pharrell Williams woensdagochtend weer in Lombok was. Nog geen 9 uur nadat hij een geweldig concert had gegeven in het Ziggo Dome. In die concerthal zal hij mijn vrouw en mij wel niet gezien hebben, twee hoog achteraan. Maar het kan best zijn dat hij ons wel gevoeld heeft. Vibraties en zo. En dat hij dacht: Lombok is in the house. En nog moe van het optreden en de afterparty slenterde hij de volgende morgen over de Leidseweg en de J.P. Coenstraat. Om vervolgens te gaan zitten op het Muntplein. Net als twee jaar geleden.

En opnieuw zag Pharrell wat geluk is. Dat is Lombok. Je vraagt je toch af hoe het in hemelsnaam kan dat Groningen de gelukkigste stad van Nederland is. Groningen. Een stad dat geen Lombok heeft. Dat geen wijk heeft met al die gelukkige en lachende mensen. Groningen kan alleen als eerste eindigen als de gemiddelde Utrechter buiten Lombok een ontzettende chagrijn is.

Binnen Lombok zijn we super gelukkig. Dat blijkt altijd weer als ik door Lombok woon. Al die vriendelijke mensen die me toelachen. De oudere vrouw met de rollator. De Marokkaanse mannen bij het dialoogbankje. De Turkse man die buiten Kopi Susu een sigaretje aan het roken is. De gesluierde vrouw uit Somalië. Het Surinaamse meisje met de vlechtjes. De overbuurman met zijn volle MCD-tassen. De moeders bij de kinderopvang. De vaders met hun bakfietsen. Ja, zelfs de hangjongeren bij de bushalte in het Molenpark. Iedereen zie ik lachen.

En dat lijkt alleen maar meer te worden. Toen wij hier zes jaar geleden gingen wonen, viel de vriendelijkheid me al op. Ik voelde me meteen op mijn gemak bij de aardige woorden, fijne knikjes en mooie glimlachen. Ruim drie jaar geleden werd dat ineens meer. Tijdens mijn wandelingen door de wijk werd ik overstelpt door de hartelijke goedendags, omhoogstaande duimen, glimlachen van oor tot oor en andere blijken van vriendelijkheid. Weer een jaar later schijnt Pharrell Williams hier voor de eerste keer geweest te zijn.

Ach, je weet hoe het gaat. Positief nieuws verspreidt zich snel. Allesomvattende positiviteit gaat de grenzen over. Zelfs de oceanen. En zo schijnt Pharrell Williams over Lombok gehoord te hebben. De toch al geboren positivo wilde dit geluk zelf wel eens ervaren en pakte het eerste beste vliegtuig naar Schiphol. Daar pakte hij de trein, en binnen een half uur was hij in het centrum van geluk. Urenlang schijnt hij op een toen nog houten bankje van het Muntplein te hebben gezeten. Ik heb hem toen niet herkend. Wel viel me de donkere man op wiens hoofd bijna helemaal verstopt was in de capuchon van zijn hoody. Hij keek op, waarna ik zijn wel heel brede glimlach zag. Eerst dacht ik dat hij om mij lachte. Maar al snel wist ik beter. Ik herinner me nog hoe hij na zijn blik snel een notitieblokje pakte.

Het geluk van die dagen heeft de zanger zeker meegekregen. Dat blijkt ook wel uit het nummer dat hij toen schreef. Maar hij was al dik een half jaar weg toen de wijk nog gelukkiger leek te worden. Tijdens mijn loopjes door leuk Lombok zie ik de afgelopen 16 maanden nog meer glimlachen, twinkelende oogjes, spontaan gezwaai en traantjes van geluk dan daarvoor. Het is alsof ik tussen engelen loop, hoog in de wolken. Maar nee hoor, ik loop gewoon in mijn wijk, samen met mijn trouwe reisgezellen. De oudste ruim 3 jaar, de jongste al weer 16 maanden. Gezellig zitten ze samen in de buggy die ik altijd meeneem tijdens mijn wandelingen. Gezellig met zijn drietjes teruglachen naar al die vriendelijke mensen hier. Gezellig tussen het geluk.

Omdat er dinsdag op zijn minst twee Lombokkers aanwezig waren in de Ziggo Dome, voelde Pharrell Williams dat geluk opnieuw. En dus zat hij er woensdag weer, op het Barcelonabankje. Zelf heb ik hem net gemist. Maar het schijnt dat hij er wel zat toen een half uur later mijn vrouw voorbij liep, terwijl ze de twee liefsten van Lombok voortduwde. Eentje herkende hij nog van twee jaar geleden, toen hij samen met pappa op stap was. Wat was die leuk geworden. En dan dat lieve jongere zusje. Wat een geluk in één buggy. Pharrell keek de twee nog lang na. Op zijn gezicht verscheen een glimlach die nog breder was dan twee jaar daarvoor. Meteen pakte hij weer zijn notitieblokje en begon hij met het schrijven van een nieuw lied.
Happier.

Beter dan Berlijn

Beter dan Berlijn

Concert Riciotti3Holz Sägewerk Der Stern. Zo heette de Lombokse houtzaagmolen een paar uur lang. Op woensdag 13 augustus stonden de molen en het molenterrein in het teken van Duitsland. Van Duitse muziek, om precies te zijn. Dat kwam door het Ricciotti Ensemble, een orkest dat bestaat uit 40 jonge musici. Ze spelen op straat, in de gevangenis, in tehuizen, en ook bij de molen. Samen met Ellen ten Damme speelden ze hier in het kader van hun Ricciotti’s Roarin’ Berlin Tour. Een tour die draait om de Duitse hoofdstad. Daar gaan ze ook spelen, binnenkort.
Wat zal dat tegenvallen.

Nee, niet voor het publiek. Die hebben ein schönes Abend. Met hübsche Musik. Maar het lijkt me voor de muzikanten zo tegenvallen. Staan ze daar een beetje voor de Brandenburger Tor te spelen, terwijl ze een week daarvoor nog bij de molen waren. Ja, zelfs vanaf de wieken mochten ze een deuntje spelen. Ik kan me niet voorstellen dat ze de Brandenburger Tor mogen beklimmen om vanaf het dak te spelen.
Misschien mag één van de muzikanten wel vanaf het dichtstbijzijnde woonhuis spelen. Maar ja, dat staat honderden meters verder. Daar is geen lol aan. Vooral als je het vergelijkt met het huis dat bij het molenterrein hoort. Dat iemand daar vanuit een open raam ging spelen, was erg gaaf.

En wat te denken van het publiek.
Tja, ik zal niet zeggen dat de Duitse toeschouwers minder leuk zijn. Maar wel anders. Heel anders. Misschien zal de sfeer er wat minder zijn, vooral als het ensemble daar ook iets later begint. Iets langer pauze neemt dan aangekondigd. En langer doorgaat. Tja, die punktlichkeit, hè. In Lombok vond iedereen het best. Zo’n leuke avond kan nooit lang genoeg zijn.
Ik ben ook wel benieuwd of de Berlijners ook zo moeten lachen om de grappen en grollen van de muzikanten. Om de woordgrapjes tussen de nummers door. Dat de Duitsers geen humor hebben, zal ik ook niet zeggen. Maar wel andere humor. Heel andere humor.
Wat ook wel wennen zal zijn, is dat die Duitsers heel goed Duits spreken. In Lombok waren de toeschouwers heel enthousiast over de manier waarop Ellen ten Damme Duitse nummers zong. Maar dat zal in Berlijn waarschijnlijk anders zijn. Er zal best wel een toeschouwer zijn die haar wijst op een foute naamval. Of een gemiste umlaut.

En dan heb ik de grootste deceptie voor de Ricciotti’s nog niet genoemd. Hun verblijfplaats. Wellicht slapen ze in Berlijn in een 4-sterren hotel. Of 5. Maar het kan nooit tippen aan waar ze in Lombok verbleven. De Parkschool. Daar overnachtten ze wel 5 nachten. En waren ze niet aan het slapen, dan oefenden ze flink. Wel 15 uur per dag, zodat ze helemaal klaar waren voor hun Berlin Tour. En weet je waar ze met zijn allen – en de fine fleur van Lombok – aten? In de molen.
Nou ja, muss ich noch mehr sagen? Tegen de combinatie molen en Parkschool kan zelfs het allersjiekste hotel niet op.

Ik hoop dat de musici goed kunnen acteren, en kunnen doen alsof ze het bij die Brandenburger Tor reuze naar hun zin hebben. Anders is het ook zo schade voor die Berliners. Zij kunnen er immers ook niets aan doen dat ze daar wonen. En dat ze er in Lombok niet bij waren. Anders hadden ze zich wel kunnen voorstellen dat de jonge muzikanten terugverlangen naar het optreden bij de molen.

Ik weet zeker dat het ensemble het volgend jaar anders gaat aanpakken. Dan beginnen ze in de Duitse hoofdstad, om vervolgens in heel Nederland te gaan spelen. Ze vertrekken dan steeds vanuit hun vaste standplaats. De Parkschool natuurlijk. De concertserie sluiten ze af met een concert bij de molen. Nou ja, doe maar vijf concerten. Met een programma dat aansluit bij onze wijk. Ofwel, wereldmuziek. Een Turkse ballade wordt afgewisseld met Marokkaanse rap. En daarna een gevoelig chanson, een Somalisch volkslied, een stukkie Tunesische rai en een vrolijk folkdansje uit Mali. Waar mogelijk zingt Ellen ten Damme in de oorspronkelijke taal van het lied. En natuurlijk zingt ze ook een Duitse schlager. Als herinnering aan vorig jaar. Aan het hoogtepunt van toen: het optreden bij de houtzaagmolen. Das war super toll!

Rome is dichtbij

Rome is dichtbij

spaanse_trappenWoon je in Lombok en twijfel je nog wat je deze zomer gaat doen? Op vakantie gaan of thuis blijven? Dat kan allebei. Vanuit onze wijk kun je heel gemakkelijk naar Rome toe, zonder dat je ver hoeft te reizen. Het enige wat je nodig hebt, is wat fantasie.

Zet je hersens dus in de creativiteitsmodus en ga met me mee naar de Italiaanse hoofdstad. Vanuit Lombok is het zo’n 15 minuten lopen. Of 5 minuten fietsen.

Het grappige is dat als je loopt een ander deel van Rome ziet dan als je fietst. Loop je, dan zie je de Spaanse trappen. Fiets je, dan kom je terecht in het Colosseum. Nou ja, in de kelder van het Colosseum.

Laten we lopend beginnen. Op naar het station. Als je het Westplein oversteekt, moet je richting het Beatrix Theater lopen. Kijk je naar links, dan zie je daar mooie brede trappen verschijnen. Bij een beetje zonnig weer, zie je er veel mensen op zitten. Wat er erg gezellig uit ziet. Als je tussen de mensen door naar boven loopt, kom je uit op een plateau vanaf waar je een prachtig uitzicht hebt op Utrecht West. De nieuwe moskee zie je pronken. De Antonius van Paduakerk. En meer van Lomboks moois. Toen ik voor de eerste keer bovenaan de trappen naar mijn stadsdeel keek, moest ik meteen aan de Spaanse trappen denken. Je kent ze misschien wel, die trappen in Rome waar zoveel toeristen en Romeinen bijkomen van al dat moois dat ze hebben gezien. Ook daar zitten altijd veel mensen. Ook daar heb je een mooi uitzicht op de stad. Vanuit de Spaanse trappen zie je bijvoorbeeld de Piazza di Spagna, de drukke winkelstraat Via dei Condotti en daarachter talrijke koepels en torens. Het Utrecht West van Rome dus.

Onder de Spaanse trappen van Utrecht is sinds juni de grootste fietsenstalling van Nederland gevestigd. Als je daar met de fiets heen gaat, lijkt het op een kelder. Vooral nadat je je fiets hebt weggezet en via de trap omhoog moet om zonlicht te zien. ’s Morgens doe je dat met veel mensen tegelijk. Allemaal werknemers die klaar zijn voor de strijd van de dag. Die zich willen bewijzen tegenover hun managers. En die willen voorkomen dat hun baas de duim omlaag doet. Ja, zo ’s morgens vroeg lijken we in die mega-fietsenkelder wel gladiatoren. En lijkt de fietsenkelder wel op de kelder van het Colosseum. Je weet wel, dat machtige Romeinse amfitheater, waar gevangenen en slaven naar boven gingen om de strijd aan te gaan met wrede Romeinen of dito beesten. Net zoals wij dus. Maar dan net ietsje anders.

Ik zei het, voor deze tekst heb je wat fantasie nodig.
Maar dan kom je ook ergens.
In één van de mooiste steden van de wereld.
Terwijl je toch er gewoon vanaf Lombok naar toe kunt lopen. En weer even makkelijk terug kunt lopen naar je wijk. Daar kun je nog even wat drinken. Onder de mensen zijn. En je kunt hen ook nog gewoon verstaan. Ideaal toch?
Stop dus met twijfelen over je vakantiebestemming. En blijf gewoon thuis.

Wie wil hier nu weg?

Wie wil hier nu weg?

Wie wil hier nu weg_Joost MangnusLombok is een jonge wijk. De afgelopen jaren is de gemiddelde leeftijd flink gedaald, zo lijkt het. Vooral in onze straat. Maar ook in andere delen van de wijk komen steeds meer jonge stellen met jonge kinderen. Of iets oudere stellen krijgen jonge kinderen. Dat gebeurt ook. Over een tijdje hebben onze Lombokkertjes dan ook veel vriendjes en vriendinnetjes van hun leeftijd. En groeien ze met elkaar op.

Samen naar school. Naar Kopi Susu. Naar de Cereolfabriek. Et cetera. Tot en met samen naar het verzorgingshuis in Het Hart van Lombok. Tot hun dood blijven ze bij elkaar in de buurt. Dat heb je als je in Lombok woont. Want wie wil hier nu weg?
Maar ja, als iedereen hier blijft, raakt Lombok vol. Vooral als – zoals nu – er meer kinderen komen dan er ouderen gaan. Zo gaat de gemiddelde leeftijd van Lombok flink omhoog. En vergrijzen we hier met zijn allen. Dat geeft een andere dynamiek in de wijk. Een andere energie.
Minder energie ook.
Lombok wordt er niet leuker op.
Dacht ik zondag toen ik toeschouwer was van alweer een geweldig evenement in Lombok.
Wellicht dacht ik zo omdat ik iets te lang in de zon had gestaan. Of een slechte nacht had gehad. Maar hoe het ook kwam, ineens maakte ik me zorgen over onze wijk.
Wordt het niet te leuk hier?, vroeg ik me wanhopig af, straks verlaat niemand deze wijk nog.

Want ja, net als elke andere Lombokker die zondag de Lombok Kade Concerten zag, was ik trots op mijn wijk. En besefte ik weer dat ik zou blijven. Want het was dan ook prachtig wat er te beleven was: concerten op een ponton voor de Abel Tasmanbrug. Eerst die muziek, zeer goed passend bij de locatie en het weer. Na de rustige klassieke klanken van het Pizarro Ensemble, klonk er lekkere Franse muziek van Pierre et les Optimistes. Vooral de zonnige deuntjes van de laatste band maakten het feest compleet. De sfeer was geweldig. Al die mensen op het Muntplein en voor de Munt. Oud en jong zaten naast elkaar. Eenlingen en gezinnen. Ze praatten met elkaar. Gaven elkaar een stukje van de cake. Dansten. Deinden. Dobberden. Kletsten. Proostten met elkaar. Limonade tegen koffie. Sojamelk tegen water. Heerlijk!
Totdat ik er ineens minder ‘optimiste’ van werd.

Zul je zien, na dit succes komt er een vervolg. En daarna weer een. En ondertussen wordt het alsmaar drukker. Mensen uit de hele stad komen hiernaartoe. En ze denken: wat een gaaf concert. En als ze iets verder kijken: wat een gave wijk. Hier wil ik ook wonen. Maar ondertussen gaat er niemand meer weg. Fijn hoor, dat er nieuwbouwwijken komen aan de Groeneweg en in Oog in Al. Maar zelfs zo’n flat daar kan niet iedereen tevreden stellen. Dus besluiten mensen in Kanaleneiland te gaan wonen. Lekker dichtbij. Maar ze houden wel de huizen in Lombok heel goed in de gaten. Want stel dat er ruimte komt …

Nou ja, die ruimte komt er wel. Denk ik nu, na een paar goede nachten. En gewend aan de zon. Al zal het nog wel even duren voordat het zover is. Dan moeten eerst alle Lombokkertjes van nu overlijden. Maar omdat er veel mensen van dezelfde leeftijd gezellig oud zijn geworden, komt er in korte tijd heel veel vrij. En zo wordt de wijk in no time weer jonger. Bij de 43e Lombok Kade Concerten zitten er weer veel jonge ouders met hun meedeinende kinderen. Die op hun beurt ook weer besluiten om nooit meer weg te gaan. En zo treedt de vergrijzing weer op.

Nou ja, prima toch. Het is eigenlijk ook wel mooi dat Lombok zo verandert. Zo haar eigen dynamiek heeft. Haar eigen energie. En haar eigen evenementen. Waarschijnlijk zullen er in de toekomst nog veel andere festiviteiten georganiseerd worden. Ik zie me over een tijdje al tijdens een compleet andere happening bij de J.P. Coenbrug zitten. Samen met mijn vrienden van Lombok. Dezelfde vrienden. Die hier net als ik heerlijk oud gaan worden.